Sinterklaas werd rond het jaar 270 geboren in Patras, in Azie. Zijn ouders noemden hem Nikolaos. Op latere leeftijd werd hij bisschop van Myra, in Turkije. Toen kwam er ‘Sint’ (heilige) voor zijn naam te staan. Zijn sterfdatum, 6 december, is bekend, maar het precieze jaar niet. Men denkt dat het rond 342 ligt. Met het Sinterklaasfeest dat vroeger op 6 december werd gevierd, wordt dus de sterfdag van Sint Nicolaas herdacht en niet zijn verjaardag.

Bekende eigenschappen van Sinterklaas, zoals zijn gulheid en liefde voor kinderen zijn bekend geworden door oude legenden. Zo wordt er verteld dat Sint Nicolaas als het geld van zijn rijke ouders na hun dood gebruikte voor arme mensen.

Dat Sinterklaas bekend staat als kindervriend heeft te maken met een aantal verhalen waarin hij kinderen redt.

Een van die verhalen gaat over een kind dat in een teil boven het vuur zit voor een ochtendbad. De moeder vergeet haar kind en het water kook al bijna, maar SInt Nicolaas zorgt er voor dat het kind ongedeerd uit het bad komt.

Een van de oudste berichten over een sinterklaasviering stamt uit 1360. In Dordrecht kregen de kinderen een dag vrij en een fooitje uit de stadskas om pret te maken.

Lange tijd was het sinterklaasfeest geen gezinsfeest, maar een feest voor iedereen. Op 5 december werden weeskinderen, oude en arme mensen extra verwend.

De sinterklaasintochten en optochten zijn nog niet zo oud. Ze bestaan van het begin van de 20ste eeuw.